Dossier Pers

De Morgen 2002

 

Artikels in De Morgen 2002 


 

 

 

De Morgen 2002 

 

De Morgen
'Waals minister gooit Vlaamse visgronden te grabbel' door Ben Bleys
publicatiedatum : 02-03-2002Binnenland
Brussel / Oostende / Knokke-Heist
Van onze medewerker

Ben Bleys
De directeur van de Belgische Rederscentrale, Luc Corbisier, en de burgemeester van Knokke-Heist, graaf Leopold Lippens, zijn allerminst tevreden met de domeinconcessie voor een windmolenpark voor de kust van de badstad. Beiden zullen naar de Raad van State stappen om de beslissing van staatssecretaris Deleuze aan te vechten. In de tussentijd belooft Corbisier alvast meerdere acties. 'Waar en wanneer staat nog niet vast, maar een blokkade van de Schelde behoort tot de mogelijkheden.'
Staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling Olivier Deleuze kende vrijdag aan de tijdelijke vereniging Electrabel-Jan De Nul een tweede domeinconcessie toe voor de bouw en de exploitatie van een windmolenpark. Het park zal uit 50 windmolens bestaan en ingeplant worden op 12,5 kilometer buiten de kust, ten noorden van de Vlakte van de Raan (Knokke-Zeebrugge). Eind januari heeft Deleuze het licht al op groen gezet voor de bouw van een eerste windturbinepark voor de Vlaamse kust, op de Wenduinebank. Die ligt op zo'n zes kilometer voor de kust. Eén veld zou goedzijn voor de elektriciteitsbevoorrading van 100.000 Vlaamse gezinnen. De windenergie is maar een van de alternatieven die nodig zullen zijn om elektriciteit te produceren nu de regering een akkoord heeft over een sluitingsscenario voor kerncentrales.
Eind januari was burgemeester Ivan Cattrysse van De Haan al niet te spreken over de toekenning van de eerste concessie, nu haalt Deleuze zich ook de woede van de burgemeester van Knokke-Heist, Leopold Lippens, en de directeur van de Belgische Rederscentrale, Luc Corbisier, op de hals. Hoewel de toekenning afhangt van de goedkeuring van de milieueffectenbeoordeling door minister Magda Aelvoet van Leefmilieu, stappen beiden alvast naar de Raad van State om de beslissing van Deleuze aan te vechten. Minister Aelvoet zal ten laatste op 4 augustus een beslissing nemen.
Lippens voelt zich niet correct behandeld bij de afhandeling van het dossier. "Zowel het stadsbestuurals ik zijn zeer ongelukkig door het gebrek aan inspraak. De heren in Brussel hebben zogenaamd alle wijsheid in pacht, maar overleg met de kustgemeentes in kwestie was precies te veel gevraagd." Lippens is overigens niet gekant tegen alternatieve energie op zich, wel tegen het feit dat de windmolens van overal op het strand zichtbaar zullen zijn. "Voor onze kustlijn van amper 50 kilometer kun je toch moeilijk honderden windmolens plaatsen. Wij hebben hier immers een bloeiende toeristische industrie. Bovendien heeft niemand me ooit verteld hoeveel lawaai die windmolens zullen maken." Hij zegt verder ook bekommerd te zijn om de mogelijke hinder voor de Belgische visserij.
Corbisier vreest vooral een afname van de visgronden. "In meer dan de helft van onze 3.500 vierkante kilometer kustwateren mag al niet gevist worden, nu gooit een Waals minister de rest van de Vlaamse visgronden te grabbel." Daarom plant Corbisier meerdere protestacties, eventueel in samenwerking met de Nederlanders. "Voor onze noorderburen is dit ook een streep door de rekening,aangezien zij ook vaak vissen op de Vlakte van de Raan." Waar en wanneer de producentenorganisatie en beroepsvereniging van de Belgische reders ter zeevisserij, die 97 procent van de Belgische vloot vertegenwoordigt, tot actie zal overgaan, staat volgens Corbisier nog niet vast, "maar naast het blokkeren van alle Belgische zeehavens, behoort een blokkade van de Schelde ook tot de mogelijkheden."
Zoektocht naar alternatieve energiebronnen aan de kust krijgt forse tegenwind Directeur Rederscentrale en burgemeester Knokke-Heist stappen naar Raad van State tegen windmolenpark

 



De Morgen
Neus in de wind door Marijke Libert
publicatiedatum : 09-03-2002Zeno

De vissen zullen geen eieren meer leggen; de garnalen zullen verhuizen; de windmolens brengen een zoemend geluid voort dat in het hoofd blijft hangen als het geblaf van een hond; de Noordzee is te ruw en te gevaarlijk; de molens zullen de horizon bezoedelen... Voor de kust van De Haan en Knokke plant de overheid twee windmolenparken, maar de plannen botsen ter plaatse op pakken tegenargumenten. Molenpionier Gaby Boedt is ook tegen de inplanting op zee. 'Zet ze op het land', zegt hij. 'Daar staan ze goed.'
Marijke Libert / Foto's Stephan Vanfleteren
Gaby Boedt uit het West-Vlaamse Leffinge is een pionier. Hij was de eerste Belg die "uit persoonlijke interesse voor de windenergie" naar de Deense zee, het Nederlandse polderland, naar Duitse en Scandinavische fabrieken trok om er windmolens, turbines, te bestuderen. Zijn grote droom was: een windmolen plaatsen in de dichtstbijzijnde kustgemeente, Middelkerke. Na vijf jaar van wroeten, lopen, reizen en processen voeren heeft hij er nu een staan die aan 600 gezinnen elektriciteit toelevert. Gaby is fanatiek maar kritisch, gedreven maar bewust van pro's en contra's. Hij volgt zijn 55 meter hoge windmolen, die een 10-tal kilometer verderop staat, vanuit zijn huiskamer, via de computer. Hij kan de turbine stilleggen of weer op gang brengen. "Ik heb gezorgd voor de eerste particuliere windmolen in België", zegt hij trots en zucht. "Maar ik ken ook de nadelen."
Als kind al was hij met windenergie bezig. Boedt: "Ik stam uit een landbouwersgezin. Een kind op de boerderij had geen speelgoed. Je vermaakte je met de dingen die je recupereerde. Ik doe het nog steeds, werken met afgedankt materiaal. Toen, als twaalfjarige, prutste ik wat met de dynamo van mijn fiets, monteerde er een schroef op die 'de wind pakte' en toen ik een lamp aan mijn constructie koppelde, bleek die te kunnen branden. Het gebeurde allemaal achter in de schuur, waar de boeren 'savonds meestal op de tast hun werk moesten verrichten. Ik zorgde er met mijn klein windlampje voor dat mijn ouders in het donker niet meer ergens tegenaan botsten. Ik stond er zelf van te kijken. Hoe is het mogelijk, dacht ik, dat ik dit uit de wind kan halen. Daar in die schuur begon mijn idee te groeien dat er met wind veel meer te doen viel dan dat. Ik ging door met experimenteren. Lezen erover deed ik niet, er bestond ook gewoon geen materiaal over dat voor mij toegankelijk was. Ik deed het proefondervindelijk."
Gaby werd geen landbouwer, maar studeerde voor elektricien. Hij wou dicht bij de energie blijven. Hijhuwde, kreeg kinderen. Windmolens maken werd even alleen maar een hobby. "Ik zat altijd wel ergens achter in mijn atelier of in de tuin aan molens te werken. Mijn gezin wist dat. Als ik niet in huis was, was ik met de wind bezig." En zo kwam het ook dat Gaby een eigen windturbine maakte in de jaren zeventig. "Met pitch controle en alles erop en eraan", zegt hij. Hij toont de kleine en grotere molens die hij in de loop der jaren verzamelde, die hij zelf laste, functioneel maakte, aansloot op zijn eigen elektriciteitsnet. Tien jaar geleden kwamen echter de grote ideeën bovendrijven. Waarom hebben wij in ons land geen windturbines staan, zoals in Nederland, dacht Gaby en wat te doen om er hier een te krijgen, een voor ons, voor onze gemeente, voor onze energiebevoorrading?
Boedt richtte een vereniging op, Middelwind (wind voor Middelkerke) en begon aan een moeilijke strijd. De hoge windmolen met drie krachtige wieken staat er nu, op de grens tussen Lombardsijde enNieuwpoort, op vijfhonderd meter van het standbeeld van Albert I.
Het project heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Boedt: "Wij hebben door heel Europa gereisd, mijn vrouw en ik, op zoek naar windmolens. De goegemeente verklaarde mij een beetje gek. Ze zagen me bezig met mijn molentjes in de tuin die ik aansloot op de tv, de radio, op lampen, een windmeter, een elektrische rolstoel. Meestal ging het echter over verlichting, ik was echt geobsedeerdom lichtjes aan te laten gaan op de energie van de wind." Maar dat was natuurlijk kinderspel, niet te
vergelijken met wat ik aan professioneel materiaal in Nederland zag, een land dat daar al járen mee bezig is. We zijn veel in Nederland gaan kijken."
Gaby's vrouw bevestigt: "En vertel het maar, Gaby, hoe je met tranen in de ogen naar huis kwam, ontroerd én ontdaan omdat wij daar zagen wat hier niet kon." Gaby: "Ik liep thuis hele dagen met mijn hoofd te schudden, en te foeteren van waarom wij niet en zij wel? Ik heb geprobeerd om gelijkgestemden te vinden, maar niemand luisterde. Ik botste constant tegen muren. Ik zeg altijd: je moet een slag van de molen en van de wieken hebben om toch met zo'n idee verder te gaan. In Nederland legde ik eerst contacten met de fabrikant Lagerwey, die mee naar investeerders zou zoeken, maar Lagerwey ging failliet. Intussen was ik in mijn omgeving op zoek gegaan naar een stuk land om er een molen op te zetten. Ik kwam in Denemarken uiteindelijk in de fabriek Vestas terecht, die turbines produceerde. In Denemarken staan ook windturbines op zee, maar dat is een binnenzee, een paar meter diep. De Noordzee is veel ruiger en onbetrouwbaarder, gevaarlijker. Idem voor Nederland, waar er molens in de Zuiderzee staan, maar ook die is minder geweldig dan de Noordzee. Ik wist vrij snel dat windmolens op de Noordzee geen optie was. Op het land werken ze veel efficiënter."
Boedt gooide hoge ogen bij de constructeur Vestas. "Ik weet nog dat die ingenieurs me uitlachten toen ik met hen een turbine bekeek en voor de vuist weg kon zeggen welke windsnelheid er op dat moment was. Tussen de 20 en 25 knopen, zei ik. Ze geloofden me niet, maar toen ze op hun windmeter keken, zagen ze dat ik gelijk had. Hoe weet je dat, vroegen ze. Ik antwoordde: wat wil je, al dertig jaar meet ik elke dag de kracht van de wind, op den duur kweek je een bijna onfeilbaar gevoel."
Toen Gaby in Middelkerke lobbywerk verrichtte voor zijn molen, kreeg hij het fiat van de burgemeester. "Ik kreeg wel veel tegenwerking van een schepen hier, de broer van Jean-Marie Dedecker overigens. Hij was radicaal tegen mijn project. Ik stond in zijn kabinet, met de bewijzen, deplannen, alle gegevens. Ik betoogde dat ik voor zeshonderd gezinnen elektriciteit kon leveren. Ik zie me daar nog staan, drukkend op zijn schakelaar, van: mijnheer de schepen, stel je voor, elektriciteit via wind. Hij luisterde niet. Zonder een gram uitstoot, probeerde ik. Geen gehoor. Hij gooide mij op een bepaald moment gewoon buiten."
Boedt trachtte de politici met milieuargumenten te overtuigen. Toch is de West-Vlaamse windmolenexpert niet wat je een groene jongen zou noemen. Boedt: "Ik geef toe, ik ben dat ook niet.Mijn voorkeur voor windmolens startte vanuit een fascinatie voor het technische, het mechanische. De milieuargumenten zijn er later bij gekomen. Vooral in de jaren tachtig was dat volop in, hé. Toen kon ik zeggen: gasten, zonder mazout, zonder kernsplitsing of wat dan ook kan ik er met zo'n molen voor zorgen dat de mensen licht en warmte krijgen."
Na heroïsche discussies met plaatselijke en federale instanties, vroeg Middelwind vergunningen aan. De West-Vlaamse intercommunale WVM ging mee in zee. "Na een paar jaar hadden we een lap grond, een zestal particuliere geïnteresseerden, een intercommunale, een milieuvergunning en een bouwvergunning maar met dat laatste liep het plotseling mis. Een ambtenaar van Stedenbouw in Brugge vond het nodig beroep aan te tekenen tegen die vergunning. Dan mocht ik naar Brussel trekken om daar weer mijn klapke te doen. Die hoge ambtenaar daar zat naar mij te kijken en zei: mijnheer, ik weet niet waarover u het eigenlijk hebt, ik weet niets af van windturbines. Ach, ach, wat een soep was dat."
Door de vertragingen en de beroepsprocedure werd het project almaar verlegd. De turbine die in Denemarken besteld was, werd aan een andere klant verkocht. Boedt: "Onze molen kwam in de Zuiderzee terecht, want op het moment dat hij klaar was voor ons, konden en mochten we hem nog niet plaatsen. Dus trokken mijn vrouw en ik naar de Zuiderzee om naar onze molen te gaan kijken. Weer kwam ik met tranen in de ogen terug. Nederland heeft veel tranen van mij gezien. Thuis zat ik weer naar de lucht te kijken en als de wind opstak te vloeken van: zo veel wind en we kunnen er niets mee aanvangen."
Eind jaren negentig was het dossier-Middelwind finaal goedgekeurd en in de zomer van 1999 werd de molen geplaatst. Boedt: "Toen de wieken eraankwamen hebben die drie dagen in de weide moeten liggen wachten voor plaatsing. Reden: te veel wind. (lacht) De turbine zal er nu drie jaar staan en we krijgen een vergunning voor een tweede molen. Sommigen opperden dat er een derde moest komen,
maar daar was ik zelf tegen. Je moet de mensen ook niet voor het hoofd stoten, je komt dan echt te dicht bij de bewoning en dat wil ik niet. De mensen mogen niet de dupe worden van zo'n project."
Zijn eigen molen, waarvoor hij vocht, staat er. Toch is Gaby niet helemaal gelukkig. "Het is er nog een met tandwielkast", zucht hij. Wat dat mag betekenen? "Dat we nog een oud systeem van turbine hebben. De nieuwe turbines werden pas geproduceerd nadat wij de onze al besteld hadden. De stad Eeklo heeft meer geluk gehad. Zij hebben twee turbines van het nieuwe type. De enige die momenteel in België staan. De windmolenparken langs het Boudewijnkanaal en op de dijk van Zeebrugge hebben ook turbines van het oude type." En wat mag daar dan tegen zijn?
Boedt (toont een foto en tekening van zijn type molen in Middelkerke): "Zo'n tandwielkast neemt veelplaats in, boven in je windmolen. En het ding is wispelturig. Het gaat af en toe stuk en wat meer is, het effect van wind is nefast. Wind is niet constant, het waait af en aan en dat belast zo'n tandwielkast." Gaby toont een tekening van het nieuwe type dat momenteel in Duitsland wordt gemaakt. "Wat zie je hier? Een vrijwel lege turbinekamer. Geen tandwielkast, niet den duvel. De as van die turbine staat stil, er zitten maar twee roulementen in, en er is een variabel toerental van 20 per minuut. Onze turbine reageert op elke windstoot, hard of zacht, de kast moet ook voortdurend gekoeld worden om niet oververhit te geraken, want zo'n generator kan tot 130 graden warm worden. In de nieuwe zit dat allemaal niet, er hoeft niets gekoeld, het is ongelooflijk. Dit is de toekomst."
Volgens de overheid zou van de 55 procent energie die wegvalt omdat de kerncentrales sluiten, zo'n 20 procent door alternatieve bronnen ingevuld moeten worden, waaronder windenergie.
Gaby: "Dat zal misschien mogelijk zijn, maar helaas weten die mensen in Brussel niet waar ze mee bezig zijn. Ze zullen waarschijnlijk die oude generatie toestellen gebruiken, die momenteel massaal geproduceerd worden en iets goedkoper zijn dan de nieuwe. Op zee dan nog, waar ze zeker niet tegen bestand zijn. Nu, dat is hetzelfde als voor een Lada kiezen in plaats van voor een Mercedes. De enige die de nieuwe types maakt is de Duitse firma Enercom. Ik ben ook naar hun fabriek geweest, inMaagdenburg. Voor ons was het toen te laat. Neen, een miskoop hebben we niet gedaan, maar de evolutie hebben we niet gehaald.
"En nu gaan we eens kijken", zegt hij, "naar mijn molen. Het is een beetje een toeristische attractie geworden, en er komen veel scholen op bezoek. Ikzelf trek ook naar de scholen met mijn foto's, tekeningen, kleine prototypes en veel uitleg. Ik wil dat de jonge gasten leren begrijpen dat je uit de wind kracht kunt halen. Ze moeten dat weten want het is hun toekomst." In de akker staat hij er, 'de Vestas', een hoge heer met diepe fundamenten, maar de wieken staan stil. "Een onderhoud", zegt Boedt. "De wieken piepten een beetje, er zouden kleine schrammen op zitten, gemaakt door het zand." Twee Deense onderhoudswerkers staan op een kraan om de wieken te controleren. "Zie je dat al gebeuren", zegt Boedt, "op zee." De Deense mannen bevestigen. "Op zee zouden we met een helikopter moeten werken of met schepen met daarop enorm hoge kranen. De molens zullen daar dan nog dubbel zo hoog zijn, zeker honderd meter. Ik hoef u niet uit te leggen dat het een gevaarlijke job is, en natuurlijk onmogelijk uit te voeren bij sterke wind of storm." Boedt besluit: "Je hoort het nu van de experts hé. Tja, op het land moeten de molens staan, wat zeg ik je..."
Op 2 kilometer van Boedts molen, tegenover de vismijn van Nieuwpoort, in het visserscafé 't Schipke vinden we een paar vissers die Boedts analyse meer dan delen. "Wij hebben niets tegen die molen daar", begint een vaste klant, terwijl hij naar het monument van Albert wijst. "We zouden er zelfs onze vis aan kunnen hangen, om hem te drogen." Geschater in de gelagzaal. De bazin van het café wijst naar een jongeman die darts speelt. "Sadik", zegt ze, "hij kan er niet te veel mee lachen, met die molens op zee. Hij vist op de Wenduinebank waar ze die molens willen zetten." Sadik komt erbij zitten. De bank is een broedplaats voor allerlei vissen én er zit een schat van garnalen, meldt hij. "Op de bank zelf zullen we niet meer mogen vissen, dus als de garnalen daar blijven zitten, zijn we die kwijt. Als ze verhuizen is het nog de vraag of we zullen doorhebben waar ze naartoe gaan. Een speurtocht op zoek naar onze vis, zie je dat al gebeuren?" Sadik en zijn vader Freddy Smagge zuchten, wijzen naar de overkant van de straat. "En die vismijn zal er over tien jaar ook niet meer zijn. In Nieuwpoort hebben we nog een zestal schepen, allemaal kleine, niet meer dan 12 meter lang. We moeten de laatste jaren al opboksen tegen die enorme fabrieksschepen die tien keer zo groot zijn. Het zijn Spaanse en Nederlandse schepen, die onze bodem hier leegvissen en die maanden op zee blijven, want ze verwerken de vis op de schepen meteen tot eindproduct. Wij dobberen
daartussen met onze koters. Geloof je nu dat we behoorlijk kwaad worden als we dan ook nog vernemen dat ze onze beste zeebank afnemen voor die molens? Voor ons is het onze boterham." Alain komt binnen. Sadik wijst. "Die daar, hij heeft het anders gedaan hé." Alain knikt. "Hij is in den bouw gegaan. Vast loon, geen gesakker, geen gedoe met molens. Maar ik kan het niet. Ik wil vissen tot de laatste zucht. We hebben ook geen middelen om ons recht te laten gelden. Als de boeren benadeeld worden, staan ze een week later met tienduizend in Brussel. Wat kunnen wij doen? Ocharme een paar honderd vissers, en hoe kunnen wij iets afdwingen? De boeren blokkeren de wegen, wij kunnen toch moeilijk een schip dwars over de snelweg leggen?"
Wat zullen ze dan de volgende maanden, jaren doen?
"Blijven vissen, doordoen, tot we niets meer vinden, tot we er ons bij moeten neerleggen. Veel hangt natuurlijk van de vis zelf af, ze zeggen dat die niet meer zal broeden rond die parken, door die beweging, die turbulentie van de molens. Ik mag er gewoon niet aan denken."
"Als de stoomtrein er komt zullen de koeien in de wei geen melk meer geven", fulmineerden bange burgers in de negentiende eeuw. In de eenentwintigste menen kustbewoners en vissers dat de platvisop de zeebodem geen eieren meer zal leggen door de windmolens. De vraag is of de mens zich wel kon aanpassen aan het idee dat wind als energie en windmolens als middel om die op te vangen een deel van de oplossing voor de energieschaarste in de toekomst zijn?
Meteoroloog en winddeskundige bij het KMI Marc De Corte: "De mens is in zijn hoofd wel klaar voor dergelijke projecten. We moeten alternatieve wegen bewandelen, onszelf behoeden, dat weet men. Alleen, men wil die dingen niet in het gezichtsveld, aan de voordeur. Het moet nog een beetje ver weg zijn."
Volgens de winddeskundige is België wel een geschikt land voor windenergie. De Corte: "We hebben genoeg wind en we hebben goede wind. We hebben de perfecte ligging omdat we aan de Noordzee liggen en een plat land zijn. Er is een overvloed van windkracht, genoeg om een deel van de elektriciteit te leveren."
Een van de tegenwerpingen tegen molens op zee is, dat de situatie grondig verschilt met die van een voorbeeldland als Denemarken. Daar heb je te maken met een soort binnenzee die minder diep, minder ruw, minder gevaarlijk en meer voorspelbaar is dan de Noordzee.
De Corte: "Dat klopt helemaal. De turbines zullen dus heel goed gefundeerd moeten worden en zeer diep in de grond moeten zitten. Stel je dat even voor, een windsnelheid van 120 kilometer per uur, wat zo'n kracht zou kunnen doen met wieken van drie tot zes meter. Indien die wieken zo'n windkracht niet verdragen, zouden ze als propellers in de lucht schieten. Gelukkig kan men momenteel een en ander op een afstand regelen, met de computer. Men kan de wieken ook stilleggen als het te hard waait. De vraag is echter of we de windkracht helemaal kunnen voorzien. Het KMI voorspelt bijvoorbeeld een storm, maar waar die zal komen en wanneer is niet duidelijk. Ook kunnen er op zee plots windstoten optreden. Kortom, ook het controlemechanisme zal goed moeten worden uitgewerkt, gesteld dat men op een afstand alles kan waarnemen. Dat is ook veiliger met die nieuwe systemen van machines, zonder tandwielkasten, die een betere weerstand bieden en volledig computergestuurd zijn. Het klopt dat die turbines in Zeebrugge nog van het oudere type zijn, maar die staan natuurlijk ook niet in zee, maar op een soort pier."
Wind is onuitputtelijk? De Corte: "Wind is een energiebron die nooit opdroogt of afneemt, enkel fluctueert. Echte windstilte bestaat natuurlijk ook, maar dat geldt slechts voor 1 tot 2 procent van de globale tijd."
Wat is interessanter om wind te genereren, te land of ter zee?
"Qua energie moet je toch de zee nemen, als je aangepaste turbines hebt, maar op het land zou het ook lukken. Je moet er wel rekening mee houden dat die molens een beperkte geluidshinder geven, en het mag ook in het landschap geen hinder zijn voor het uitzicht. Voor de rest is de ideale plaats op het land een vlak gebied, langs een rivier, of op een Ardens plateau waar geen bomen staan. Een windmolen in de vallei van de Maas zetten, is uitgesloten. Het enige probleem blijft echter: mensen
moeten leren leven met een ander uitzicht, in de verte een draaiende windmolen bijvoorbeeld. Maar ook die aanpassing in de gedachten zit er op termijn wel aan te komen."
Anderhalf jaar geleden kwam burgemeester Lippens van Knokke in contact met 'mensen uit Brussel' die boringen kwamen verrichten om te kijken of er in de buurt van de kust iets te doen viel met windenergie. Lippens: "Wij hebben als gemeentebestuur gezegd dat die energie een mogelijkheid is maar dat we snel op de hoogte van mogelijke plannen wensen te worden gebracht. Anderhalve maand geleden horen we dat op de zeebank de Raan een windmolenpark met zeker vijftig windmolens werd gepland. Daar stonden we, met onze vraag naar inspraak.
"Pas op, wij zijn voor alternatieve bronnen", zegt Lippens, "maar mag er alstublieft een debat over zijn? Op dit moment is er geen overkoepelend project, en er kan dus ook niet over gediscussieerd worden. Ik besef echt wel dat we onze neus in een andere richting moeten zetten, letterlijk in de windrichting. Het gaat hier om propere en onuitputtelijke bronnen. Dit mag de beleidslieden echter niet het fiat geven om zomaar lukraak, zonder het minste overleg, aan de inplanting van windmolenparken te beginnen. Waarom komt men niet in een staten-generaal bijeen om over het globale dossier te praten, om een plan uit te werken waarover iedereen ingelicht wordt. Wat we nu zien zijn absurde en partiële beslissingen. Geen kernenergie meer na 2025? Goed, maar laten we aan een sluitend energiebeleid beginnen, in overleg met alle Europese landen. We konden ons rond een euro scharen, waarom niet rond een overkoepelend energiebeleid?"
Burgemeester Lippens is niet de enige kustburgemeester die tegen is. Ook in andere kuststeden halen ze de neus op als je over de inplanting van windmolenparken begint. Lippens is wel de enige die besloten heeft naar de Raad van State te trekken. Vreest hij niet dat hij van de initiatiefnemers de kritiek zal krijgen van: dit is de kleinburgerlijke aanpak in de zin van 'ja alternatieve energie, maarniet in mijn tuin'. Opvallend is ook hoe op het plaatselijke niveau de grote discussie wegvalt en in termen van horeca, schade aan toerisme en werkgelegenheid wordt gesproken.
Lippens: "We kunnen niet naast die argumenten inzake werkgelegenheid. De vissers zullen hinder ondervinden. We hebben hier slechts 65 kilometer kust en een paar havens. De mensen op zee rekenen af met quota, met grote concurrentie uit het buitenland en dan zal men hen de weinige zeebanken waarrond ze vissen ook ontnemen. Ik vind het erg dat hun beroep in het gedrang komt en dit om 'slechts' honderdduizend mensen elektriciteit te kunnen geven. In de toeristische maanden kunnen wij niet eens iedereen bedienen met de elektriciteit uit wind. Is het ook belachelijk dat ik vrees dat de bezoekers andere kustgemeenten en letterlijk andere einders zullen opzoeken? Aan onzeeinder zullen ze molens zien, dat betekent gezichtshinder. De molens staan slechts 12 kilometer in zee. Als ik aan de Zwingeul sta, aan de grens met Nederland, dan kan ik makkelijk de windmolens van Zeebrugge zien draaien, dat is dan op 11 kilometer afstand. En dan is er de lawaaihinder. De initiatiefnemers rekenen op de westenwind, maar dan wordt het lawaai natuurlijk naar de kust gedreven. Dat lawaai is een soort zoemgeluid. Het is een beetje het effect van de blaffende hond die je 's nachts opmerkt. Op een moment krijg je dat geblaf niet meer uit je hoofd. Je concentreert je erop en het wordt een hinder. Kijk, men zegt soms dat ik letterlijk tegen windmolens vecht, maar dat is niet zo. Ik vecht niet tegen de molens, ik vecht tegen een onbezonnen beleid waarvan mijn gemeente de dupe is." Visser Smagge: 'Als de boeren benadeeld worden, staan ze een week later met tienduizend in Brussel. Wat kunnen wij doen? Ocharme een paar honderd vissers, en hoe kunnen wij iets afdwingen? De boeren blokkeren de wegen, wij kunnen toch moeilijk een schip dwars over de snelweg leggen?'Gaby Boedt: 'Al dertig jaar meet ik elke dag de kracht van de wind, op den duur kweek je een bijna onfeilbaar gevoel'



De Morgen
Burgemeester Lippens 'betrapt' door Deense douane
publicatiedatum : 11-04-2002Algemee
n
Het scheelde niet veel of het bezoekje van burgemeester graaf Leopold Lippens van Knokke-Heist aan een windmolenpark in de Deense hoofdstad duurde een stuk langer dan hij gepland had. Toen Lippens nietsvermoedend langs de detector van de luchthaven van Kopenhagen passeerde, ging het alarm af.
Op verzoek graaide de burgemeester in zijn zakken en haalde twee jachtpatronen boven. Dat maakte hem voor de controleur meteen uiterst verdacht, waarop die dan ook terstond in actie schoot en Lippens tegenhield. Terwijl de rest van het gezelschap zich ondertussen afvroeg wat het oponthoud inhield, begon het bij de burgemeester te dagen dat zijn verblijf misschien wel eens danig kon uitlopen.
Maar net toen 'reisleider' minister Aelvoet (Agalev) hem te hulp wou snellen, arriveerde Lippens, aangedaan, in de vertrekhal. Hoe hij het voor elkaar had gekregen? "Gewoon eerlijk geweest. Ik ben nu eenmaal een jager."Zie ook pagina 3


 


De Morgen
'Windenergie? Ja, maar niet voor mijn deur' door Nathalie Carpentier

publicatiedatum : 11-04-2002Binnenland
'Ik blijf tot de laatste snik strijden tegen de komst van een windmolenpark.' Een bezoek aan het Deense windmolenpark Middelgrunden en de positieve Deense ervaringen kunnen burgemeester Yvan Catrysse van De Haan niet overtuigen. Zijn pleidooi voor het behoud van een 'ongeschonden' kusthorizon is geëmotioneerd. 'Ik ben voor windenergie. Maar waarom moet dat altijd voor mijn deur.' Bevoegd minister voor Leefmilieu Magda Aelvoet (Agalev) begrijpt het verzet maar laat er geen misverstand over bestaan. 'Mogelijkheden waar je zelf over beschikt links laten liggen, zou een foute houding zijn.'


Kopenhagen
Eigen berichtgeving
Nathalie Carpentier
Parmantig steken de stralende witte windmolens af tegen de helderblauwe hemel. Maar de twintig turbines voor de kust van de Deense hoofdstad Kopenhagen kunnen kustburgemeester Catrysse niet bekoren. "Om over het uitzicht te oordelen moest ik niet naar Denemarken komen." De geplande
komst van een park met vijftig windmolens voor de kust van De Haan zit hem hoog.
Begin dit jaar kende staatssectretaris van Energie Olivier Deleuze (Ecolo) concessies toe voor twee offshoreprojecten: Seanergy en C-Power, voor de kust van Knokke. Beide parken zouden elk een vermogen van ongeveer 100 megawatt moeten opleveren en 100.000 gezinnen van stroom moeten voorzien. Ter vergelijking: de huidige capaciteit voor windenergie voor heel België bedraagt nu 31 megawatt. De projecten passen in het voornemen van de Belgische overheid om tegen 2010 6 procent van het energieverbruik te voorzien met hernieuwbare energiebronnen. De bal ligt nu in het kamp van minister Aelvoet, die de knoop deze zomer moet doorhakken op basis van milieueffectrapporten.
De kustburgemeesters hebben er in ieder geval geen oren naar. "De Haan bezit de laatste kuststrook van 14 kilometer duinen. We zijn een van de mooiste gemeentes. Geen streepje beton aan ons strand." Burgemeester Catrysse voelt zich kop van Jut. "We zijn al gronden kwijtgeraakt aan de landbouw en aan vogelrichtlijngebieden. Nu zouden ook nog windmolens de horizon bezoedelen? We zijn het slachtoffer van onze eigen schoonheid."
Op tegenwind kon de Deense overheid aanvankelijk ook rekenen. Nu, na een aantal jaren ervaring valt de balans overwegend positief uit. Ondertussen is 65 procent van de publieke opinie gewonnen voor een verdere uitbouw van windenergie. "De sector geeft in Denemarken intussen aan 16.000 mensen werk", zegt de Deense minister van Economie Bendt Bendtsen. Het overtreft zelfs hun verwachtingen. "Dit jaar verzorgen windturbines 13 procent van het totale elektriciteitsverbruik van gezinnen. We hadden ons tot doel gesteld om tegen 2003 20 procent van het elektriciteitsverbruik te halen uit hernieuwbare energie. Volgens de laatste ramingen zal het zelfs 27 procent zijn." Denemarken wil de windenergiecapaciteit nog verder uitbreiden maar tegelijk de concurrentie op de markt stimuleren. Daarnaast wil het ook aandacht geven aan andere vormen van groene energie, zoals biomassa.
De energieopbrengst is niet het enige dat tegenstanders zorgen baart. Belgische vissers vrezen 80 van hun visbestand verloren te zien gaan. Anderen houden hun hart vast voor de schade aan het mariene milieu. Diezelfde kritiek kende ook Denemarken. Daarom lieten ze studies uitvoeren door een internationaal panel wetenschappers voor en na de constructie van de windturbineparken. Voorlopige resultaten van het onderzoek wijzen uit dat de impact op de bodemfauna en de mariene zoogdieren klein zou zijn. "De natuurlijke variatie van het mariene milieu is veel groter dan het mogelijke effect van een windturbine", aldus Søren Krohn, hoofd van de Deense windindustrievereniging. Deleuze reageert positief op die berichten. Hij kent de bezorgdheid van de vissers. "Maar de concessiehouders zijn bereid op basis van concrete cijfers compensatie te geven."
"Hoeveel kilometer kust heeft Denemarken? Enkele duizenden? Als je zoals ons land maar 75 kilometer kust hebt en je wilt daar twee windmolenparken zetten, zie je de zee niet meer." Burgemeester Leopold Lippens van Knokke-Heist trekt aan hetzelfde zeel als zijn collega. Maar hij pakt het pragmatischer aan "Waarom lossen we het probleem niet Europees op en voeren we geen groene energie in uit andere landen?" Als het windmolenpark er toch komt, stapt hij naar de Raad van State.
Er is duidelijk nog geen overeenstemming bereikt. Dat een bezoek aan het Kopenhaagse park Middelgrunden de neuzen niet plotsklaps in dezelfde richting zal zetten, had minister Aelvoet ook niet verwacht. "In het begin is er altijd weerstand en vrees voor verandering. Dat was ook hier zo." Maar ze laat er geen twijfel over bestaan. "Als de uitslag van de milieueffectrapporten grosso modo positief is, dan zullen de windmolens er komen. Mogelijkheden waar je zelf over beschikt links laten liggen, zou een foute houding zijn."
Burgemeester Catrysse van De Haan: 'We zijn het slachtoffer van onze eigen schoonheid' Bezoek aan Deens windmolenpark brengt geen overeenstemming tussen regering en kustburgemeesters




De Morgen
Kustgemeenten willen kustwater beschermen als landschap door Thea Swierstra
publicatiedatum : 23-04-2002Binnenland

De Haan
Eigen berichtgeving
Thea Swierstra
Hoewel er voor twee windmolenparken op zee al een concessie is afgegeven door staatssecretaris vanEnergie Olivier Deleuze (Ecolo) blijven de kustburgemeesters strijdvaardig. Zij vatten vlak voor het weekend het plan op om bij Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden Paul Van Grembergen (Spirit) een aanvraag in te dienen om het wateroppervlak voor de kust te laten beschermen als landschap.
Zowel De Haan als Knokke-Heist speelde met die optie, aldus Ivan Catrysse (Lijst van de Burgemeester), de burgemeester uit die eerste gemeente. Hij en zijn collega Leopold Lippens (Gemeentebelangen) vrezen een bril op de neus te krijgen met de komst van de turbines. Seanergy plant een project met vijftig molens voor de kust van Knokke-Heist. Eenzelfde aantal van C-Power moet er verrijzen op de Wenduinebank. Het derde project, dat van TotalFinaElf, wacht nog op een concessie voor veertig turbines ter hoogte van Zeebrugge. Of het mogelijk is een watergebied te beschermen als landschap laat Lippens in het midden. "Maar als je een kerktoren tot beschermd landschap kunt verklaren, moet dat toch ook op zee kunnen. Wij hebben hiermee misschien een juridisch aspect ontdekt dat de federale overheid niet kent."
De stappen die de kustgemeenten nu ondernemen, vormen zeker niet de laatste strohalm, aldus Lippens. "Wij zullen de zaak juridisch zo lang mogelijk laten aanslepen en zoeken het desnoods op Europees vlak." Catrysse: "Wij sluiten ons zeker aan bij onze grote broer Knokke-Heist."
De burgemeesters beklagen zich erover dat de projectplannen volgens hen steeds weer wijzigen. "Niemand kan iets tegen groene energie hebben, maar toen ze met het voorstel kwamen, tekenden ze die molens op een klein 'pikske'. Nu krijg ik ze op 4 kilometer van mijn deur in plaats van 17", meent Catrysse. Nochtans stelde C-Power op een bijeenkomst in Oostende in oktober vorig jaar al dat het park op 6 tot 11 kilometer uit de kust zou komen.
De kustburgemeesters stellen ook dat er hier duidelijk sprake is van het meten met twee maten. Enerzijds botsen ze op het land systematisch met de wet op de ruimtelijke ordening en de natuur, terwijl er wat verderop in zee zomaar windmolens kunnen verrijzen. Catrysse lijkt het niet meer te kunnen volgen. "Het sociale toerisme is ons al afgenomen met de sluiting van de vakantiedomeinen. Nu willen ze ons het golfterrein afpakken (dat in een duinengebied ligt, TS) en ons Zeepreventorium zit in de problemen. Er zit daar een 'pillenlikker' die zegt: 'We gaan het zo doen.'" Wie dat dan is, kon hij niet zeggen. "Het is me eender wie dat is. Ik walg ervan."
Voor Lippens kunnen de turbines wel langs de snelweg komen. "Daar is ruimte en stoort het niemand. Hoe sneller de mensen rijden, hoe meer wind misschien voor die windmolens. Maar het zijn niet de ministers die hier aan de macht zijn. Het zijn hun ambtenaren, de groene ayatollahs die achter de schermen de staat willen destabiliseren."
'Als je kerktorens tot beschermd landschap kunt verklaren, moet dat ook op zee kunnen'




De Morgen
Opmerkelijk
publicatiedatum : 19-07-2002Binnenland
Lippens wil ook privé-bewakers in Knokse uitgaansbuurt

Burgemeester Leopold Lippens van Knokke-Heist heeft woensdag, naar aanleiding van de presentatie van de privé-bewaking op het strand op voor vandalen gevoelige plaatsen, bekendgemaakt dat hij uitzoekt of een erkende privé-bewakingsfirma ook mag patrouilleren in de uitgaansbuurten. Als dat mogelijk blijkt, wil de burgemeester dat systeem volgend zomerseizoen toepassen.
De bewaking op het strand van Knokke-Heist gebeurt dit jaar door de firma Cobelguard. Die zet elke nacht tussen 21.30 en 5.30 uur twee bewakingsagenten en een gemuilkorfde geleidehond in. Op aanvraag van de gemeenten kunnen ook bewakingsagenten te paard worden ingezet. Knokke-Heist betaalt tot 31 augustus zo'n 43.000 euro voor de dienst. Volgens het gemeentebestuur en de politie van Knokke-Heist dwingt het nieuwe statuut van het politiepersoneel tot uitbesteding van bepaalde diensten.
Volgens burgemeester Lippens is het al voldoende dat geweten is dat er controles zijn. Het aantal gevallen van vandalisme zou sinds de start van de nachtelijke bewaking op 12 juli al met 60 procent zijn gedaald. Vandaar dat hij privé-bewakers ook graag zou inzetten in de uitgaansbuurten. Hiervoor is tot op heden geen aanvraag ingediend bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, maar het verkrijgen van een toelating zou slechts een formaliteit zijn.


 


De Morgen
Knokke-Heist blokkeert windmolenplan door Thea Swierstra
publicatiedatum : 20-07-2002Binnenland

Knokke-Heist
Eigen berichtgeving
Thea Swierstra
De gemeente Knokke-Heist en een bewoonster van de Zeedijk uit die stad zijn gisteren naar de Raad van State gestapt om de komst van een windmolenpark voor de kust te blokkeren. Dat heeft de advocaat van de gemeente gisteren meegedeeld. Volgens Knokke-Heist is het dossier onvoldoende onderzocht. Het kabinet van minister van Leefmilieu Magda Aelvoet (Agalev) bestrijdt dat.
Staatssecretaris van Energie Olivier Deleuze (Ecolo) besliste eind maart nog om een domeinconcessie te verlenen aan Electrabel en Jan De Nul om op de Vlakte van de Raan een park van vijftig windmolens neer te poten. Die zouden op minstens 12,5 kilometer van de kust komen te staan. Het park is de gemeente Knokke-Heist evenwel een doorn in het oog.
De gemeente voert bij monde van de Brugse advocaat Antoon Lust verschillende argumenten aan op basis waarvan het project er niet zou mogen komen. Daarbij gaat het om horizonvervuiling, verwoesting van de zeebodem en overlast voor flora en fauna. De advocaat stelt dat het milieu-effectenrapport (mer) onvolledig is en dat er niet naar alternatieven gekeken is. Daarbij speelt hij de Europese richtlijnen uit, die strijdig zijn met de Belgische. Een tweede element waarop Lust speelt, zijn de effecten voor de natuur. "Het is een gebied waar zeldzame vogels voorkomen. De Belgische staat heeft daarvoor geen beschermingsmaatregelen genomen", zegt het advocatenkatoor.
Het kabinet van minister Aelvoet bestrijdt die aantijgingen. "Met alle aspecten is rekening gehouden", zegt woordvoerder Tom Ruts. "In het advies van de Beheerseenheid Mathematisch Model Noordzee staat te lezen hoe de migratielijnen van vogels in kaart zijn gebracht, alsook de broed- en paaiplaatsen van vissen. Dat is zeer eigenaardig, maar zij moeten het spel natuurlijk spelen en koste wat het kost de komst van die molens vermijden."
Burgemeester Leopold Lippens is bereid tot het uiterste te gaan. "Er mag wel eens ordentelijke politiek gevoerd worden in dit land op het gebied van alternatieve energie in plaats van een partje hier en daar. Ze kunnen toch midden in de Noordzee een park aanleggen, waar zowel Ierland, Frankrijk, Groot-Brittannië, België en Nederland iets aan hebben? Niemand onderzoekt dat."
Of Knokke-Heist zal slagen in het opzet, daar durft Lippens zijn geld nog niet op te verwedden. "Wij zullen alles doen. De gemeenteraad was eenparig tegen." Correctie: Agalev was voor. "Dat was één persoon op 31. Maar ik weet niet of het lukt. De groenen hebben Vlaanderen lam gelegd door alle administraties te infiltreren en het gerecht in ons land is ook politiek. Als we in het ongelijk gesteld worden, gaan we in ieder geval kijken of we nog naar een hogere instantie kunnen gaan."
In afwachting van het arrest van de Raad van State mag Electrabel alvast beginnen met de werken. Geheel op eigen risico.


 

De Morgen
De privé bewaakt het publiek door Caspar Naber
publicatiedatum : 22-07-2002 Binnenland

De toenemende samenwerking tussen politie en privé-bewakingsfirma's, zoals op het strand in Knokke, noodzaakt tot een wijziging van de bewakingswet. Dat concludeert de kersverse criminoloog Jan Swerts (24) uit Dessel. Volgens hem is er ook nood aan meer praktijkcontrole op de sector.
Brussel
Eigen berichtgeving
Caspar Naber
De bewakingssector kende de voorbije jaren een enorme groei. Telde ze in 1990 nog 7.500 bewakingsagenten, in 2000 waren dat er 11.500, volgens Jan Swerts. Hij dook in de sector in het kader van zijn eindverhandeling criminologie aan de KUL. De stijging van het aantal bewakingsagenten ging naar zijn zeggen gepaard met een grotere bereidheid bij de wetgever en in de publieke sector tot samenwerking met de private bewakingssector. "Zo vermeldt het federale veiligheidsplan dat publiek-private samenwerking mogelijk is onder de verantwoordelijkheid van Binnenlandse Zaken. Een mooi voorbeeld daarvan is de strandbewaking in Knokke."
Swerts weet waarover hij spreekt. Hij liep stage bij de firma Cobelguard, die de strandbewakers levert, en ging er na de afronding van zijn studie zelf aan de slag. De plannen van burgemeester Lippens om ook bewakingsagenten te laten patrouilleren in het uitgaansgebied in de badplaats, wat al bestaat in Mechelen, passen eveneens in het federale veiligheidsplan. "Toch bepaalt de bewakingswet uit 1990 nog altijd dat publiek-private samenwerking beperkt moet worden", stelt de criminoloog vast.
Het is volgens hem niet de enige tekortkoming van de wet. "Politiemensen zijn gebonden aan hun beroeps- of liever gezegd ambtsgeheim wat betreft het doorgeven van informatie. Door de toenemende samenwerking met privé-bewakingsagenten zouden die laatsten ook aan een ambtsgeheim gebonden moeten zijn. Dat is momenteel echter niet het geval. En daarom moet de wetin mijn ogen gewijzigd worden."
Ook acht Swerts het wenselijk dat er een afbakening komt van de terreinen waarop de publiek-private samenwerking plaatsvindt. Daarbij moet naar zijn zeggen een onderscheid worden gemaakt tussen drie domeinen. "Het eerste is het puur private. Bijvoorbeeld grote fabrieksterreinen die privé-terrein zijn en worden bewaakt door privé-bewakingsfirma's. De tweede categorie bestaat uit privé-domeinen met een publiek karakter zoals parkings van grote bioscopen, waar privé-bewakingsfirma's samenwerken met de politie. Het derde domein is het puur publieke, waar beide sectoren eveneens samenwerken maar dan op publiek terrein zoals op het strand in Knokke."
Aan die terreinafbakening moet volgens de criminoloog een taakafbakening worden gekoppeld. "Zo is het fouilleren van mensen een politiebevoegdheid. Sinds de wijziging van de bewakingswet in 1999 mogen portiers ook fouilleren, zij het op beperkte schaal. Deze bevoegdheid werd echter uitgebreid tot alle bewakingsagenten." Zo'n taakafbakening voorkomt naar zijn zeggen ook dat politie en privé-bewakingsfirma's op hetzelfde terrein werken, waardoor overlapping ontstaat, of op bepaalde terreinen helemaal niet werken. "Bij dat laatste bestaat het gevaar van klasseveiligheid, waarbij alleen mensen die het zich kunnen veroorloven beveiliging krijgen in hun buurt."
In het verlengde van de taakafbakening moet er volgens Swerts ook meer democratische controle
komen op de privé-bewakingssector. "De controle wordt momenteel uitgevoerd door de Algemene Rijkspolitie (ARP), meer bepaald de door de dienst private veiligheid. Die controleert vooral administratief. Sinds 2000 zijn er weliswaar ook praktijkcontroles, op bijvoorbeeld het naleven van dewetgeving over het fouilleren, maar die kunnen slechts in beperkte mate worden uitgevoerd vanwege een tekort aan mensen. Ik pleit dan ook voor een uitbreiding van het aantal controleurs bij de ARP."
De controle op de privé-bewakingssector zou in de ogen van Swerts identiek moeten zijn aan die op de politiediensten. "Er wordt al jaren onderzocht of deze controle kan gebeuren door de vaste comitésvan toezicht, zoals het Comité P het wordt echter tijd om die onderzoeksfase af te sluiten en de conclusies in praktijk te brengen", aldus Jan Swerts. Nauwelijks controle op fors groeiende inzet op openbaar domein van privé-bewakers



De Morgen
Vlaams Gewest koopt zwinbosjes door Freek Smets
publicatiedatum : 23-09-2002Binnenland
Brussel

Eigen berichtgeving
Freek Smets.De Vlaamse regering heeft een bijzonder plan van aanleg goedgekeurd voor het gebied Finis Terrae inKnokke-Heist. Het overgrote deel van het terrein wordt aangekocht door de overheid en ingekleurd als natuurgebied. De huidige eigenaar, de Compagnie het Zoute van burgemeester Lippens, mag op het andere gedeelte een appartementsblok bouwen maar moet zich houden aan enkele beperkingen.
Vlaams minister van Leefmilieu Vera Dua (Agalev) en minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen (VLD) maken met het compromis meteen een einde aan een jarenlang conflict tussen het gemeentebestuur van Knokke-Heist en de Vlaamse regering. Het Knokse gemeentebestuur ijverde al sinds de invoering van de gewestplannen voor een wijziging van het bijzonder plan van aanleg voor het gebied. De eigenaar van de terreinen, de Compagnie het Zoute, had plannen om er appartementsblokken te zetten. De Compagnie eiste dat Finis Terrae woongebied zou worden, en geen recreatiezone. Het Vlaams Parlement zag de plannen van Lippens niet zitten en stemde een resolutie. Daarin verzette het Parlement zich formeel tegen de wijziging van de bestemming van het gebied. Dua en Van Mechelen benadrukten vrijdag dat ze met de huidige beslissing die motie willen uitvoeren. Het zwinbosjesgebied, een terrein van 220 hectare, wordt aangekocht en definitief ingekleurd als natuurgebied. De overheid betaalt daarvoor vijf miljoen euro. De gebouwen van het oude zwembad op Finis Terrae, die al jaren het einde van de Knokse zeedijk ontsieren, zullen worden afgebroken. Ook een oude loods en een elektriciteitscabine moeten er aan geloven.
De Compagnie het Zoute zou 5,5 hectare van het terrein aan de zeedijk mogen behouden. Ongeveer 1,25 hectare van dat gebied wordt ingekleurd als woonzone. "Er mag worden gebouwd, maar er zullen restricties zijn in het bijzonder plan van aanleg", zegt Philippe Heyvaert, woordvoerder van minister Van Mechelen. "In totaal mag maar 2.600 vierkante meter van de woonzone bebouwd worden, een kwart van de oppervlakte. Het aantal verdiepingen zal beperkt worden, en er mag niet ondergronds gebouwd worden."
In ruil voor die toegeving ziet de Compagnie het Zoute af van alle procedures tegen de Vlaamse overheid. "De Compagnie dreigde al langer met processen tegen het Vlaams Gewest, omdat ze dacht dat ze inkomsten zou derven als er niet gebouwd zou worden", aldus Heyvaert. "Maar uiteindelijk is het nooit tot een proces gekomen."
Lippens en zijn Compagnie het Zoute zijn met het dispuut over de zwinbosjes niet aan hun proefstuktoe. In 1998 wilde hij in de zogenaamde Put van Decloedt een golfclub bouwen. Daarvoor wilde hij enkele boeren onteigenen.
Het overgrote deel van het terrein wordt ingekleurd als natuurgebied



De Morgen
'Durf en zorg' door Josse Abrahams
publicatiedatum : 14-11-2002Economie

'Durf en zorg', de wapenspreuk van John Goossens, die zich ook baron mocht noemen, benadert erg goed de persoon van de Belgacom-topman. Het devies werd gisteren op zijn begrafenis geciteerd door Maurice Lippens. In een bomvolle Sint-Michielskathedraal was al wat naam heeft in de Belgische bedrijfswereld aanwezig. Enkele van zijn beste vrienden, onder wie Maurice Lippens, covoorzitter van Fortis, diens broer Leopold, burgemeester van Knokke, en Philippe Bodson, droegen de kist. In een vrij uitzonderlijk gebaar werd de dienst bijgewoond door prins Filip. De federale regering was vertegenwoordigd door de ministers Michel, Durant en Daems. Bodson schetsteGoossens in zijn toespraak als een echte Belg: afkomstig uit Limburg, in het Frans opgevoed, bijna perfect tweetalig en zich erg goed thuis voelend in de Belgisch-Brusselse middens. "Zijn persoonlijkheid was federaal, maar hij voedde ze in beide gewesten." De vroegere Tractebel-topman herinnerde aan de visie van Goossens, die vond dat het België dikwijls aan ambitie ontbreekt. Goossens had daar geen last van en werd volgens Bodson overal gewaardeerd. Opvallend was de aanwezigheid van Serge Tchuruk, topman van Alcatel, een van de grootste telecombedrijven ter wereld. Maurice Lippens raakte de toehoorders met een persoonlijke, erg emotionele getuigenis over zijn "100 procent vriend".(JAB)