Dossier Natuur

Zwinverkoop - Enkele Vragen?

 Schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger André Van Nieuwkerke tot de heer Kris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur

Brugge 12 juli 2006

Betreft: aankoop en uitbreiding van het Zwin

 Op 26 november 2003 keurde het Vlaams Parlement een met redenen omklede motie goed waarmee de Vlaamse regering werd verzocht de mogelijkheden tot aankoop door het Vlaams Gewest van het Zwin, de Willem-Leopoldpolder en particulier gebleven delen van de Zwinbosjes te onderzoeken in het licht van het veilig stellen van de internationaal belangrijke natuurwaarden van het Zwincomplex. In september 2005 werd in een gezamenlijke verklaring van de Compagnie Het Zoute, de Provincie West-Vlaanderen en de heer minister van leefmilieu bekend gemaakt dat een principieel akkoord was bereikt omtrent de aankoop van het natuurgebied door het Vlaams Gewest en van het vogelpark door de Provincie.

1. Welke prijzen worden aan de Compagnie Het Zoute betaald voor respectievelijk het natuurgebied en het vogelpark ? Werden ook toezeggingen gedaan aan de Compagnie in zake sommige verkavelings- en /of -bouwprojecten ?

 2. Wat is de motivering om het zogenaamde vogelpark te laten verwerven door de Provincie en niet door het Vlaamse Gewest ? Waren de kredieten voor de aankoop van kustduinen door het Vlaams Gewest in 2005 en 2006 soms niet toereikend om beiden te kunnen verwerven ?

3. Zijn in het door de huidige onderhandelingen betrokken gebied ook de delen van de Zwinbosjes die nog particulier eigendom zijn van de Compagnie Het Zoute opgenomen, ik denk hierbij in het bijzonder aan de duingronden nabij de Vlindertuin en in de Groenpleinduinen ? Zo neen, kan hieromtrent nog onderhandeld worden met de Compagnie Het Zoute ?

4. Volgens het advies van de Internationale Zwincommissie is om de verzanding van Het Zwin op duurzame wijze tegen te gaan onder anderen de uitbreiding van Het Zwin met 120 tot 240 hectare van de Willem-Leopoldpolder noodzakelijk. Is de aankoop van enkel het huidig buitendijkse natuurgebied van het Zwin, gelet op de snel voortschrijdende verzanding dan geen vergiftigd geschenk voor de gemeenschap, zolang er geen zekerheid is omtrent de mogelijkheid tot verwerving van minstens 120 hectare van de Willem-Leopoldpolder ?

 5. Hoe verklaart de heer minister dat in alle rapporten van de Internationale Zwincommissie de oppervlakten van 50 % en 25 % van de Willem-Leopoldpolder op respectievelijk 240 hectare en 120 hectare werden geraamd, terwijl op de informatieavonden die door de diensten van de heer minister recent werden georganiseerd werd bekend gemaakt dat die oppervlakten na nauwkeurige opmeting slechts respectievelijk 80 hectare en 180 hectare blijken te bedragen ?

 6. In de besluiten van de Nederlandse en Vlaamse regeringen van februari 2005 omtrent de Ontwikkelingsschets 2010 voor het Schelde-estuarium wordt gesteld dat in het mondingsgebied van de Westerschelde (zone 1 van de Vlakte van de Raan tot Vlissingen, inclusief Zwin) minimaal 120 hectare en maximaal 260 hectare nieuwe natuur zullen gerealiseerd worden in de vorm van estuariene natuur die voldoet aan de eisen van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Wat betekent dat concreet voor de uitbreiding van Het Zwin ?

 7. Hoeveel grondeigenaars telt het deel van de Willem-Leopoldpolder dat in aanmerking komt voor ontpoldering ten behoeve van de uitbreiding van Het Zwin ? Is de Compagnie Het Zoute ook niet de belangrijkste eigenaar van de Willem-Leopoldpolder ?

 8. Wat is de samenstelling van de Internationale Zwincommissie ?

9. Klopt de bewering in de plaatselijke pers dat het Gemeentebestuur van Knokke-Heist en de besturen van de Zwinpolder en de Hazegraspolder niet op de hoogte waren van de voornemens om het Zwin uit te breiden met een deel van de Willem-Leopoldpolder ?

 10. Zullen de door de voorgenomen ontpoldering getroffen landbouwers afdoende vergoed worden ? Welke ondersteunende maatregelen worden voor die landbouwers nog voorzien ?

 11. De besluiten van de Nederlandse en Vlaamse regering van februari 2005 omtrent de Ontwikkelingsschets 2010 voor het Schelde-estuarium voorzien een start van de realisering van de natuurprojecten tussen begin 2007 en begin 2009. Zijn de voor de aankoop van de Willem-Leopoldpolder en voor de pachtvergoedingen aan de betrokken landbouwers benodigde financiële middelen voorzien op de begroting van de Vlaamse regering voor het begrotingsjaar 2006 ?  Zo neen, worden ze dan voorzien op de begroting voor het begrotingsjaar 2007 ?   

André Van Nieuwkerke

Vlaams Volksvertegenwoordiger